Je haakwerk op de juiste manier vasthouden | Haken & Hechten

Om prettig te kunnen werken en tot een mooi resultaat te komen is het belangrijk dat je je haakwerk ontspannen kunt vasthouden. Hoe doe je dat? Om je haakwerk vast te pakken begin je met een opzetlus. Hoe je die maakt zie je hier.
Mesgreep of pengreep
De rechterhand houdt de haaknaald vast en stuurt de beweging aan
  • Om je haaknaald vast te houden kun je kiezen voor een mesgreep of een pengreep. Probeer ze allebei uit om te ervaren wat je zelf het prettigst vindt. Let er ook op bij welke greep je de minste spierspanning hoeft te maken. Een ontspanning greep kan klachten voorkomen!
  • Ik gebruik een pengreep, waarbij mijn duim en wijsvinger de haaknaald heel precies kunnen sturen en mijn middelvinger zich ondertussen meestal met de lus bemoeit:).
Bij de pengreep leunt de achterkant van je haaknaald op je rechter hand
Bij de mesgreep blijft de haaknaald onder je rechterhand
Boven of onder de wijsvinger haken
De linkerhand bepaald de draadspanning en begeleid het haakwerk.

Ook voor links zijn er twee manieren die ik hier benoem (er zijn ongetwijfeld nog veel meer variaties te bedenken, maar dit zijn twee die vaak gebruikt worden). Zorg in ieder geval dat je je garen alvast een stukje hebt afgerold. Als je garen vrij ligt kan het gemakkelijk ‘aangetrokken’ worden met de haaknaald en hoef je niet zo te hannesen met je bolletje. 

1) Boven de wijsvinger haken

  • Tussen de vingertoppen van duim en wijsvinger van de linkerhand wordt het haakwerk bij de opzetlus (of laatste steek) vastgehouden. Het draadeinde hangt naar beneden.
  • De werkdraad loopt over de -soepel gestrekte- wijsvinger en wordt door de laatste drie vingers vastgehouden/ begeleid. De mate van weerstand wordt in dit geval door deze vingers bepaald.
  • Bij het ophalen van een nieuwe lus steekt de haaknaald boven de wijsvinger richting de draad om deze op te halen.
Als je boven je wijsvinger haakt, ligt het draad over je wijsvinger naar achter

2) Onder de wijsvinger haken (Deze manier heeft mijn voorkeur)

  • Voordat de linkerhand het haakwerk vastpakt wordt de werkdraad over de ring- en wijsvinger van de linkerhand geleid (onder de middelvinger door).
  • De vingertoppen van duim en middelvinger houden het haakwerk bij de opzetlus (of laatste steek) vast. Het draadeinde hangt naar beneden.
  • De wijsvinger geeft tegendruk naar boven en reguleert daarmee de weerstand tijdens het haken
  • Bij het ophalen van een nieuwe lus steekt de haaknaald onder de wijsvinger richting de draad -deze is dus ‘vrij’ in de lucht- om deze op te halen. 
Als je onder je wijsvinger haakt, geef je spanning en ruimte aan het draad door je linker wijsvinger op te tillen
Je kunt draadweerstand toevoegen door het draad over je ring- en wijsvinger te laten glijden
Gewoon doen

Als je gewoon begint met haken zul je al vrij snel merken welke manier van vasthouden jou voorkeur heeft. Daarnaast kun je altijd overpakken als een andere steek hier om vraagt (soms is de hoek waarmee je moet insteken anders, je past je greep hier vanzelf op aan). Ben je er klaar voor om een ketting van lossen te haken? Klik dan hier om te zien hoe je dat doet.

NB. Deze tutorial gaat over rechtshandig haken, wil jij linkshandig haken? Klik dan hier voor het vasthouden met links of hier voor de overzichtspagina van linkshandig haken.

Bewaar en deel dit bericht!