Eenpuntsperspectief en tweepuntsperspectief | Schetsen & Schilderen

Het perspectief in je schets is de basis voor goede verhoudingen. Voorwerpen die verder weg staan, lijken kleiner. Wanneer je een laan in de richting van de horizon tekent, zal deze dus steeds smaller worden. De bomen langs deze laan worden ook kleiner. Om dit alles in je schets te laten kloppen kun je gebruik maken van een letterlijke stip aan de horizon.

Hoe werkt eenpuntsperspectief

Bij eenpuntsperspectief breng je alle lijnen evenwijdig aan je kijkrichting (je kijkt naar de horizon) samen tot één punt. Dit verdwijnpunt geef je letterlijk weer op je horizon voor je je onderwerp gaat schetsen. De zijkanten van de laan die je wilt tekenen, de hoogte van de bomen (trek een lijn van de voorste boomtop tot het verdwijnpunt, hierlangs teken je alle boomtoppen in dezelfde rij) of de muren (onder en bovenkant) van gebouwen die in dezelfde richting staan. Voor alle verticale lijnen geldt dat deze gewoon verticaal blijven. Voor alle lijnen haaks op de kijkrichting geldt dat je deze horizontaal kunt intekenen.

Hoe werkt tweepuntsperspectief

Bij tweepuntsperspectief breng je alle lijnen samen tot twee verdwijnpunten, beiden aan de horizon. Het is alsof je op een kruising staat en twee wegen die haaks op elkaar staan allebei naar de horizon toe ziet verkleinen. Alle gebouwen in het huizenblok voor je staan diagonaal. Je kijkt niet tegen de rechte muren -zoals bij eenpuntsperspectief- maar precies tegen de hoek van het gebouw. Het is de bedoeling dat je alle lijnen die evenwijdig horen te lopen naar het zelfde verdwijnpunt laat gaan. Zo ontstaat hetzelfde effect van verkleinen richting de horizon.

Bij éénpuntsperspectief kijk je op de platte kant van je onderwerp, bij tweepuntsperspectief kijk je op een hoek.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Klik hier om terug te gaan naar het overzicht van Schetsen & Schilderen.

 

 

Bewaar en deel dit bericht!