Laagjes opbouwen met aquarelverf | Schetsen & Schilderen

Met aquarelverf kun je speciale effecten creëren door je werk in laagjes op te bouwen. Je werk krijgt meer diepte en wordt interessanter als er meer te zien is dan één oppervlakkige laag kleur. Wanneer je verschillende kleuren over elkaar schildert schijnen de lagen door elkaar heen, daar kun je op heel veel manieren je voordeel mee doen. Lees hieronder hoe je je werk in drie stappen kunt opbouwen.

Stap 1, de basislaag

De eerste laag is de achtergrond van je werk en daarmee sfeerbepalend. Je werkt voor deze laag nog erg globaal, details komen pas in de laatste lagen. Ik kies meestal voor een natte techniek om de basislaag op te zetten. Voordat je de basislaag opzet bepaal je of er stukken wit moeten blijven. Hier kun je omheen schilderen (zorg dat je ze goed herkent in je schets en hou ze droog) of je kunt ze maskeren met maskeer vloeistof en er gewoon overheen schilderen.

  • De lichtste kleur
    Je werkt bij een aquarel van licht naar donker. Bestudeer dus goed je onderwerp, welke kleurtoon hebben de lichtste vlakken? In deze lichtste kleur schilder je het hele vlak waar dit voor geldt. Het kan zijn dat je basis uit meerdere vlakken bestaat, maar houd het wel globaal. Juist deze laag zorgt voor een soort eenheid in je werk om de latere kleuren met elkaar te verbinden.
  • De sfeer
    Behalve de lichtste kleur houd je ook rekening met de sfeer die je je werk wilt meegeven. Een winters plaatje zal eerder een koude ondertoon hebben, daarvoor zou je een lichtblauwe basislaag kunnen gebruiken. Een zomers plaatje komt beter tot zijn recht met warme kleuren, bijvoorbeeld oranje.
    Lees hier meer over warme en koude kleuren.
  • Een gekleurde gloed (mijn favoriete basislaag)
    In plaats van een onopvallende, kloppende basislaag, kun je ook kiezen voor een gekleurde gloed. Dit kan een redelijk opvallende kleur zijn, of zelfs meerdere kleuren in elkaar overlopend. Omdat ze in de basislaag zitten schijnen ze door het werk heen en geven een heel tof resultaat. Deze gloed is perfect te gebruiken bij stukken met structuur. Zo kun je bijvoorbeeld kapsels voorzien van een gekleurde glans, maar ook een herfstbos kun je in de onderlaag van kleur voorzien, zodat je de bomen niet blaadje voor blaadje hoeft te kleuren.
Van een schets naar een krul in verschillende lagen
Stap 2, contrast en contouren

Bij deze stap begint je onderwerp vorm te krijgen. De basiskleur heb je al, nu ga je juist de ‘donkere kant’ van je werk benadrukken. Kijk naar de donkere partijen, waar zijn de schaduwvlakken en waar wil je contrast tussen licht en donker.

  • Gemeenschappelijke kleur
    In deze laag wil je realistische kleuren gebruiken, maar nog niet te gedetailleerd werken. Daarom zoek je naar de gemeenschappelijke kleur van een vlak. Bijvoorbeeld bij de muren van een huis. De onderlaag van het hele huis is lichtgeel naar de kleur van de voegen (dat was stap 1). Nu wil je contrast aanbrengen door de schaduwkant van het huis donker te maken. Omdat alles in de schaduw donkerder oogt schilder je de hele zijmuur in één keer. Zoek hiervoor een gemeenschappelijke kleur die de schaduw weergeeft.
  • Zoek de verschillen
    Omdat je in deze stap eigenlijk je schilderij in verschillende vlakken groepeert, zoek je naar het verschil om de kleur te bepalen. Je kunt hier denken aan warme en koude kleuren (zon en schaduwkant), maar misschien zie je andere verschillen. Gekleurde lampen, weerspiegelingen, zoek het verschil tussen de vlakken en bepaal zo de kleur voor deze laag.
  • Gewoon doen
    Dit moment is even spannend omdat je nog steeds half globaal aan het werk bent en met meer donkere kleuren gaat werken. Toch zul je zien dat donkere kleuren aangelengd met water best licht opdrogen. Door je werk tussendoor te laten drogen kun je in deze stap net zoveel laagjes gebruiken tot je tevreden bent met deze basis om verder te gaan naar details.
Stap 3, details

Na de vorige twee stappen zijn de details twee keer zo leuk om te schilderen. Er is ineens niet veel meer nodig om je werk tot leven te laten komen.

  • Gebruik meerdere kleuren
    Deze laatste laag gaat om details. Je werkt op een droge onderlaag met fijne vlakjes en strakke lijntjes. Met een enkele kleur krijg je al een fijn effect omdat de onderlagen er met meerdere kleuren doorheen schijnen. Toch is het mooier om in deze laatste laag meerdere kleuren te gebruiken. Schilder je een boom vol groene blaadjes, meng dan verschillende tinten groen en neem ze om de beurt of samen op je penseel. Het gebruiken van meerdere kleuren in deze laag verhult ‘de truc’ die je met je onderlaag hebt ingezet. Je ziet nu niet meer de onderlaag met een bovenlaag, maar een totaalpakket van kleur.
  • Gebruik de details voor je focuspunt
    Details kunnen heel mooi zijn, maar soms is het resultaat nog spannender als je suggestief werkt. Door juist details weg te laten en abstract te werken, vullen onze hersenen de ontbrekende informatie aan. Uiteindelijk kies je zelf of je volledig gedetailleerd of suggestief aan de slag gaat of voor een middenweg wilt kiezen. Ga je voor de combinatie, bepaal dan het focusgebied waarop je scherp stelt, dit gebied schilder je gedetailleerd. Vergelijk het met het nemen van een foto.
Bewaar en deel dit bericht!