Waar moet je insteken | Linkshandig | Haken & Hechten

Het insteken tijdens het haken kan op verschillende manieren. Het is zeker de moeite waard om die verschillen te bekijken zodat je zelf kunt kiezen welk effect je wilt en daar je insteek op af te stemmen.

Mijn belangrijkste tip: of je nou in de voorste lus, de achterste, of in beide insteekt, wees consequent en hou het bij dezelfde keuze. Dan wordt het vanzelf een structuur in plaats van een rommeltje. Op deze pagina steek ik in met vasten, maar dit kun je natuurlijk met allerlei steken uitproberen.

1. Insteken bij een ketting van lossen

De V-tjes en de ribbeltjes

Bekijk je ketting van lossen eerst eens goed, dan kun je zien dat deze twee kanten heeft. De ene kant ziet eruit als een vlecht, ook wel de V-tjes. De andere kant lijkt meer op een stippellijn, de ribbeltjes. Door deze structuur te herkennen kun je altijd zien waar je gebleven bent (in welk V-tje heb je de laatste steek gehaakt) en waar je verder gaat.

De kant met V-tjes
De kant met ribbeltjes

Hoe je nu insteekt bepaald gelijk de onderkant (de boord) van je haakwerk. Je kunt dit op de volgende manieren doen (denk eraan dat je de keerlosse overslaat):

  1. In de / van het V-tje. Je steekt je naald door de bovenste helft van het V-tje, en daarmee onder een enkele draad. Aan het einde van je toer -voordat je je werk omdraait- zie je aan de onderzijde nog de andere helft van de V-tjes en aan de achterzijde van je toer de ribbeltjes.
    Steek in de rechter lus van het V-tje
    Zo ziet je toer er van de voorkant uit, je ziet de V-tjes
    Dit is de achterkant van je toer

    Aan de onderkant zie je de andere helft van de V-tjes nog terug
  2. In de \ van het V-tje. Je steekt je naald door de onderste helft van het V-tje, dus weer onder een enkele draad. Je ketting van lossen zal hierdoor iets naar achter kantelen en je eindigt -voor je je werk omdraait- met de ribbeltjes aan de voorkant onderaan en de andere helft van de V-tjes aan de achterkant onderaan.
    Steek in de linker lus van het V-tje
    De voorkant van je toer laat weer de V-tjes zien
    Aan de achterkant van je toer zie je de ribbeltjes

    En aan de onderkant de andere helft van de V-tjes
  3. In het hele V-tje. Om het hele V-tje op je naald te krijgen moet je onder twee draden langs dóór het ribbeltje steken. Je haakt nu je vaste in het hele V-tje en eindigt met de ribbeltjes als onderkant.
    Steek door de beide lussen van het eerste V-tje
    Voorkant van de eerste toer
    Achterkant van de eerste toer

    Aan de onderkant vind je nu de ribbeltjes
  4. In het ribbeltje. Je kunt ook in de ribbeltjes haken. Door je ketting van lossen iets naar je toe te kantelen kun je gemakkelijk bij je ribbeltjes insteken. Het resultaat is een onderkant van V-tjes.
    Steek in het ribbeltje aan de achterkant van de V-tjes
    De voorkant van de eerste toer
    De achterkant van de eerste toer

    De onderkant is nu een mooie lijn V-tjes

2. Insteken bij een rij vasten of ander haakwerk

De V-tjes bij elke toer

Ook wanneer je in bestaand haakwerk wilt insteken zijn de V-tjes een leidraad. De rij met V-tjes ligt wel gekanteld naar de kant waar er gehaakt is. Wanneer je rond haakt komt je dus telkens uit bij naar voren gekantelde V-tjes, omdat je aan dezelfde kant van je werk blijft. Maar wanneer je iets maakt waarvoor je je werk moet keren dan liggen je V-tjes naar de achterzijde.

Aan de voorkant van je werk zie je de V-tjes
Aan de achterkant van je werk liggen ze naar achter gekanteld en zie je alleen de bovenrand

Hoe je nu insteekt bepaald het aanzicht van de voor- en achterkant. Je kunt het insteken op de volgende manieren doen (denk eraan dat je de keerlosse overslaat als je je werk omkeert):

  1. In de / van het V-tje. Wanneer je je werk gekeerd hebt ligt deze lus (de rechter lus van de V) aan de achterzijde. Omdat je zover naar achter insteekt buigt je haakwerk af naar de achterkant en laat een ribbel rand achter aan de voorkant.
    Steek in de rechter lus van het V-tje
    De voorkant van je werk, je ziet dat de nieuwe toer naar achter verspringt omdat je zo ver naar achter insteekt

    De achterkant van je toer. Als je na het keren in de rechter lus blijft insteken ontstaat er een soort ribbel patroon
  2. In de \ van het V-tje. De linkerlus van het V-tje is het hoogste punt en dus een logische keus om in te steken. De andere helft van je V laat een mooie streep achter op de achterkant van je werk en je haakwerk buigt niet af.
    Steek in de linker lus van het V-tje
    De voorkant van je toer

    De achterkant van de toer
  3. In het hele V-tje. Om het hele V-tje op je naald te krijgen steek je in het gaatje onder je V-tje. Het worden al snel wat grovere steken omdat je nu om twee lussen heen haakt en het resultaat is een wat robuustere uitstraling. 
    Steek in door beide lussen van het V-tje
    De voorkant van je toer

    De achterkant van je haakwerk

NB. Deze tutorial gaat over linkshandig haken, wil jij juist rechtshandig haken? Klik dan hier voor het insteken met rechts of hier voor de overzichtspagina van rechtshandig haken. Wil je liever terug naar de overzichtspagina van linkshandig haken klik dan hier.

Bewaar en deel dit bericht!